Ik heb dus een superdeluxe fietsendrager gekocht in Zwolle, die nu alleen nog op de bus moet komen. Ik parkeer Fritz in Huizen op de parkeerplaats en koppel de grijswatertank aan, besluit geen pootjes uit te draaien omdat ik een stevige ondergrond heb en zet mijn tafel en stoel buiten. Ik til met veel gepuf nu hopelijk voor de laatste keer mijn zware fiets de bus uit en het lukt me dit keer zonder mijn schenen te raken of de fiets te laten stuiteren.

Ik trek een biertje open en besluit de fietsendrager in elkaar en op Fritz te monteren; dit zou ik technisch gezien alleen moeten kunnen want daar heb ik hem voor gekocht.

Behulpzaam

Na amper 10 minuten -de onderdelen van de drager waren net onderzocht en ik probeer de drager om de trekhaak te laten vallen en vast te zetten- komt de eerste behulpzame mede-kampeerder al aangesneld; een oudere man die vraagt of het allemaal lukt en ik hulp nodig heb. Ondanks mijn ‘lief dat u het aanbiedt, maar ik moet dit straks toch ook in mijn eentje doen’ bemoeit de man zich met het op de trekhaak zetten van mijn chique Touring Flex II -dinges (opvouwbaar, kantelbaar, eenvoudig monteerbaar – afijn je voelt de verkoopargumenten wel) en vraagt ondertussen het hemd van mijn lijf. Of ik al gegeten heb, of ik van wijn hou en welke kleur, of ik alleen ben, of ik lang blijf, waar ik vandaan kom, of ik mee wil eten (kippepootje met bami – je bent toch geen vegetariër hè?) – en uiteindelijk het hoge woord: of ik wil spelen. Met hem natuurlijk. Hoeft geen seks te zijn hoor, gewoon een beetje spelen.

Omdat ik mooi ben, en oprecht. Ik heb karma. En lekkere tieten.

Geen seks

Ik wist dat dit moment zou komen natuurlijk: een vrouw alleen in een camperbus, dat vraagt om avances. Of erger. Maar ik merk dat ik me toch een beetje laat overvallen hierdoor. Ik herpak me echter snel en bedenk dat ik geen scène wil schoppen gezien de prettige sfeer op het terrein en dat het al na etenstijd is en geen nieuwe kampeerplek wil zoeken, dus ik probeer met duidelijke woorden maar zo vriendelijk mogelijk te zeggen dat ik daar niet van gediend ben. Zijn handen legt hij desondanks op mijn heupen en ik pak hem bij de polsen en duw ze terug: ‘Niet aan mij komen. Als ik zeg nee, bedoel ik nee.’

Hij knikt en zegt dat hij het heeft begrepen, maar hij blijft om mij en de fietsendrager heen draaien. Als ik even later iets uit de bus wil pakken en me omdraai, staat hij pal achter me en wrijft over mijn (blote) schouder. ‘Je bent mooi, waarom wil je niet?’

Ik pak weer zijn hand, duw die ruw weg en zeg: ‘Ben ik niet duidelijk geweest? Ik wil dit niet hebben. Kom niet aan mij. Bedankt voor je hulp bij de fietsendrager, maar ik wil dat je nu naar je eigen camper teruggaat.’ Hij doet zijn handen omhoog, mompelt nog iets over mee-eten en druipt uiteindelijk af.

Terwijl ik doorknutsel aan de fietsendrager, merk ik dat ik op mijn hoede ben maar ik moet ook wel een beetje lachen. Tja, eens moet de eerste keer zijn hè, zo’n confrontatie. En dit ging best soepel, meneer liet zich relatief eenvoudig terug in zijn hoek zetten.

Hoeder

Een halfuurtje later komt er een vrouw voorbij lopen (60-plus, uit een van die witte campers die bumper aan bumper op het camperstraatje staan), kijkt naar mij en naar binnen, komt terug lopen en als ik haar vriendelijk goedendag zeg, knoopt ze een praatje aan. Ze kwam ‘even polshoogte nemen’ want ze had ook wel gezien dat ik hier alleen stond en die man naar me toe was gekomen. Of alles goed was. Ik vertel haar in twee zinnen wat er gebeurd was, maak er een grapje over en zeg haar dat ik het erg waardeer dat ze even komt checken of alles in orde is. We spreken grinnikend af dat ze de buren informeert en ze de politie belt als ik ga schreeuwen :-). Ook al sta je op een gratis camperplaats – of eigenlijk ernaast – er is sociale controle. Nu voelt dat wel fijn!

Als een half uurtje later toevallig manlief belt, vraagt hij of ik wel zeker weet dat dit geen afwerkplek is. Ik schiet in de lach en vertel dat de rest van de aanwezige camperplekken bevolkt wordt door grijze hoofden in ANWB-campingstoelen. Ik word nu door een leger aan witte-camper-bewoners in de gaten gehouden. Veiliger kun je het niet hebben.

 

De man komt nog een keer terug. Op een tiental meter afstand roept hij dat het eten klaar is, als ik nog wil. Ik bedank hem en zeg dat ik mijn eigen potje kook. Als ik na het eten met Saar het recreatiegebied inloop, kijk ik toch even achterom of hij buiten is of me achterna komt. Dat blijkt niet het geval en gerustgesteld loop ik de zonsondergang in het Gooimeer tegemoet.

 

Ik vind dat ik dit netjes afgehandeld heb, zonder dat ik mijn stem hoefde te verheffen of te dreigen. Zo. Terug naar je hok, jij. Een vrouw alleen in een camperbus is geen uitnodiging voor seks. Doei!

O, en de fietsendrager zit er ook hartstikke netjes en stevig op. Bij 110 km per uur op de snelweg getest :-).