Met een gezonde dosis jaloezie, verwachtingsvolle spanning en relativeringsvermogen scroll ik door mijn Instagram-feed heen. Ik volg teveel jaloersmakende accounts: de plaatjes van overweldigende landschappen, knusse camperbusjes en gekmakende uitzichten spatten van mijn scherm. En ondanks dat ik donders goed weet dat het maar mooie plaatjes zijn en niet de (volledige) werkelijkheid, merk ik dat ik er ook onrustig van word. #Waarom?

Ik heb al jaren een Instagram account, maar woorddenker als ik ben, deed ik daar nooit zoveel mee. Tot ik dit voorjaar met Fritz op pad ging en ik mensen mee wilde nemen in mijn verhaal en belevenissen. Toen leken foto’s eindelijk ineens een beter idee dan woorden en bovendien vond ik zelf op Instagram ook veel inspiratie voor het camperleven dat ik ging en wilde leven. Ik vind het super leuk om te zien hoe anderen in en met hun busje reizen, leven, eten. Hoe ze hun camperbus verbouwd hebben en ingericht en persoonlijk gemaakt. Waar ze heengaan, wat ze doen, en met wie. Surfen is populair onder Vanlifers, maar ook naar hun ongeëvenaarde uitzicht vanuit hun camperbed kijken, poseren voor de foto op hun schapenvachtje – zo lijkt het.

 

Niks mis mee, maar mensen die mij kennen weten dat dat niet helemaal mijn kopje thee is. Ik ben tevreden over mezelf hoor, maar geen modellenmateriaal. Bovendien pas ik ervoor om mezelf of mijn omgeving in onmogelijke situaties en posities te manoeuvreren voor dat ene fantastische shot waarmee ik anderen de ogen uit kan steken (of volgers vergaar). Ik ben daar te nuchter voor, denk ik. Mijn doel is niet volgers verzamelen; mijn doel is een inkijkje te geven in mijn (camper)leven en daarmee hopelijk anderen te inspireren.

Ik wil niet de hele dag bezig zijn met mooie plaatjes (moeten) maken, dingen vooral door een lens zien. Ik wil niet surfen en dagenlange wandelingen maken door de bergen of zwemmen in een ijskoud meer.

Maar toch kijk ook ik met open mond naar die mooie plaatjes (nee, niet naar die mooie vrouwen, wel naar die té hippe camperbusjes en adembenemende landschappen) en merk dat ik daar vervolgens kinderlijk jaloers op reageer: ‘Dat wil ik ook! Wat moet ik doen om dat ook te realiseren?’ Mijn hart gaat sneller slaan en ik wiebel onrustig op mijn stoel.

 

Ik neem ongeduldig nog een slok van mijn thee en scroll verder door mijn tijdslijn heen (waarom heet dat nog zo? Alles staat datumtechnisch kris-kras door elkaar tegenwoordig!). Ik kijk naar de plaatjes, op welke locatie ze genomen zijn, wat ik er mooi aan vind, wat me erin aantrekt. Ik trek een scheve glimlach als ik weer net iets té gebruinde (enorm lange) benen met keurig gelakte teennagels zie liggen op een hippie-dekbedje met op de achtergrond het uitzicht op strand en zee. Mijn hartslag doet inmiddels weer een beetje normaal (het was zen-thee, denk ik).

Ik tik op een foto om hem beter te bekijken en zie dat die genomen is op een plek waar ik volgend jaar graag met Fritz heen zou rijden. Ik vraag via een openbare reactie de precieze locatie van deze kampeerstek op en noteer deze in mijn ‘Reisplan 2018’-notitieboek in Evernote. Terugkerend naar de Instagram–app merk ik dat ik gelukkig opeens weer met mijn gebruikelijke nuchtere blik naar de foto’s kijk. Wat een moeite voor zo’n fotootje. Alleen maar om mijn aandacht en jaloezie te krijgen, en veel volgers. O ja. En inspiratie te bieden. En dát was waarom ik op Instagram zat!